Ventilatie/energie

De energieprestatiecoëfficiënt (EPC) drukt uit hoe energiezuinig uw woning is. Hoe energiezuiniger de gebouweigenschappen en gebouwgebonden installaties, hoe lager de norm. De EPC-norm wordt voor nieuwbouwwoningen sinds 15 december 1995 berekend.  De overheid scherpt de norm steeds verder aan zodat er in 2020 energieneutrale woningen worden gebouwd. Het doel van de aanscherping is de CO2-uitstoot in Nederland reduceren. Sinds 1 januari 2011 geldt voor nieuwbouw een EPC-grenswaarde van 0,6. Daarvoor was het 0,8.

Ventileren of luchten 

Voor voldoende ventilatie is een kwartiertje het raam open zetten niet voldoende. De lucht in uw huis moet 24 uur per dag ververst worden. Dit kan bijvoorbeeld via open raampjes, roosters of mechanische afzuiging. Luchten is een paar minuten tot een kwartiertje de ramen en deuren wijd tegen elkaar open zetten. Zowel ventileren als luchten is noodzakelijk. 

Welke ventilatiesystemen zijn er? 

Een ventilatiesysteem bestaat in grote lijnen uit drie elementen. Toevoer van verse lucht via ventilatieroosters, (klep)ramen of mechanische toevoer (bijvoorbeeld balansventilatie).

Verspreiding van lucht door de woning via kieren onder binnendeuren (minimaal 15 mm hoog) of ventilatieroosters in binnendeur of -muur (komt niet veel voor)

Afvoer van vervuilde lucht (meestal vanuit badkamer, toilet en keuken) via open pijpen rechtstreeks naar buiten of via mechanische afvoer.

Natuurlijk 

 

Mechanisch 

 

Balansventilatie 

 

Overig 

 

Bij natuurlijke ventilatie wordt verse lucht toegevoerd via ventilatieroosters en/of (klep)ramen. Vuile lucht wordt afgevoerd via open pijpen rechtstreeks naar buiten, vanuit vochtige ruimten in de woning (badkamer, toilet en keuken). 

Tips voor natuurlijke ventilatie

Maak regelmatig de ventilatieroosters schoon.

Zorg dat eventuele (klep)raampjes inbraakveilig zijn. Klepraampjes kunnen aan de binnenzijde voorzien worden van een stang. 

Zorg voor voldoende doorstroming in de woning via kieren onder de deur of ventilatieroosters in de binnendeuren en -muren.

Bij mechanische ventilatie vindt afvoer van vervuilde lucht plaats via een continu draaiende ventilatormotor. Die zuigt via luchtkanalen en ventilatieroosters lucht weg uit de keuken, de badkamer en het toilet. Een regelknop of schakelaar met twee of drie standen regelt de hoeveelheid lucht die wordt afgezogen. Aanvoer van frisse lucht gebeurt via ventilatieroosters en/of ramen met een ventilatiestand. 

Tips voor mechanische ventilatie: 

Zet de schakelaar in de hoogste stand tijdens piekmomenten, bijvoorbeeld tijdens het koken, douchen of was drogen, of als er veel mensen in huis zijn.

Laat het ventilatiesysteem altijd aan staan, behalve bij onderhoudswerkzaamheden of bij calamiteiten. 

Laat elke twee jaar onderhoud plegen en laat dan het systeem opnieuw instellen. Mechanische ventilatiesystemen worden in nieuwbouwhuizen namelijk niet altijd goed geïnstalleerd en ingeregeld. 

Laat het systeem nakijken wanneer het herrie maakt en eventueel opnieuw instellen door een installateur.

Zorg voor voldoende doorstroming in de woning door middel van kieren onder de deur of ventilatieroosters in de binnendeuren of -muren.

Bij balansventilatie verloopt zowel het afzuigen als het inblazen van lucht mechanisch. Met afzonderlijke ventielen wordt lucht in of juist uit de woning geblazen. Meestal is daarbij een warmtewisselaar opgenomen in het systeem. Die warmt via een warmteterugwin-installatie (wtw-unit) de verse lucht op, met behulp van de uitgaande lucht, voordat die de woning binnen gaat. Hierdoor wordt energie bespaard.  

Tips voor balansventilatie: 

Maak ventielen, roosters en eventuele filters regelmatig schoon voor een optimale werking.

Zet de schakelaar in de hoogste stand tijdens piekmomenten, bijvoorbeeld tijdens het koken, douchen of was drogen, of als er veel mensen in huis zijn.

Laat het ventilatiesysteem altijd aan staan, behalve bij onderhoudswerkzaamheden of bij calamiteiten. 

Laat elke twee jaar onderhoud plegen en laat dan eventueel het systeem opnieuw instellen. Mechanische ventilatiesystemen worden in nieuwbouwhuizen namelijk niet altijd goed geïnstalleerd en ingeregeld. 

Laat het systeem nakijken wanneer het herrie maakt en eventueel  opnieuw instellen door een installateur. 

Zorg voor voldoende doorstroming in de woning door middel van kieren onder de deur of ventilatieroosters in de binnendeuren of -muren.

Decentrale balansventilatie
De toevoer van verse lucht vindt plaats door middel van ventilatoren en een warmteterugwin-unit per ruimte. Deze units worden geplaatst tegen een buitenmuur. 

Vraaggestuurd ventilatiesysteem
Dit is een mechanisch luchtverversingssysteem met meet- en regeltechnieken, die zorgen voor ventilatie op maat. Met sensoren wordt de aanwezigheid van mensen bijgehouden en CO2 en vocht gemeten, zodat het systeem automatisch de ventilatiehoeveelheid kan verhogen als dat nodig is. Dit maakt een vraaggestuurd systeem energiezuiniger dan een mechanisch afvoersysteem. 

Ventilatie en het Bouwbesluit 

In de bouwregelgeving (het Bouwbesluit) worden minimale eisen gesteld aan de hoeveelheid ventilatie die nodig is in woningen. Per m² woonruimte moet er een bepaalde hoeveelheid verse lucht de woning in kunnen en dezelfde hoeveelheid moet er ook weer uit. De afvoer moet in ieder geval plaatsvinden via het toilet, de badkamer en de keuken. Ook de minimale hoeveelheid af te voeren lucht in deze ruimtes is geregeld in het Bouwbesluit. 

in Bouw, Onderzoek, Projecten, Regelgeving

 

Vanaf 1 januari 2011 moet alle nieuwbouw in Nederland voldoen aan een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van maximaal 0,6. Op deze pagina staan twee voorbeelden om de EPC te berekenen: voor zowel de utiliteitsbouw als de woningbouw.

Utiliteitsbouw

Om voor de eerste keer een energieprestatieberekening te maken, is een voorbeeldberekening toegevoegd. Bij het uitvoeren van een energieprestatieberekening doorloopt u verschillende stappen, die we aan de hand van het voorbeeld illustreren. De berekening is uitgevoerd met behulp van de NPR 2917:2005 ‘Energieprestatie van utiliteitsgebouwen’. Stel dat een utiliteitsgebouw uit een begane grond bestaat en vier verdiepingen. Op de begane grond bevinden zich twee ruimten met een bijeenkomstfunctie, een gemeenschappelijke berging en een trappenhuis naar de bovengelegen woningen. Op elke verdieping worden twee woningen gerealiseerd. Het voorbeeld utiliteitsgebouw heeft twee gebruiksfuncties: een bijeenkomstfunctie en een woonfunctie. Om de EPC voor de bijeenkomstfunctie en het woongebouw te berekenen wordt de Q/Q van het combinatiegebouw (bijeenkomst én woongebouw) vermenigvuldigd met de EPC-eis voor een bijeenkomstfunctie en woongebouw.

De Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) is een index die de energetische efficiëntie van nieuwbouw aangeeft, en wordt bepaald door berekeningen vastgelegd in de norm NEN 7120 die sinds 1 juli 2012 de normen NPR 2916 (utiliteitsbouw) en NPR 5128 (woningbouw) vervangt. In Nederland geldt voor woningbouw sinds 2006 een eis van 0,8.[1] De EPC-berekening is opgenomen in het bouwbesluit, en sinds 1995 is het verplicht deze bij een bouwaanvraag in te dienen.[2] Vanaf 2011 geldt de strengere norm van 0,6[3] De verwachting is dat vanaf 2015 de norm gesteld wordt op 0,4.[4]

 

Woningbouw

De energieprestatiecoëfficiënt van een woning drukt de energetische prestatie van een woning uit. De waarde 1,0 is ongeveer wat en gemiddelde woning in 1990 presteerde. Een woning met een EPC van 0,6 gebruikt dus nog maar 60% van de energie, die zo’n woning twintig jaar terug gebruikt zou hebben.

De energieprestatie van een woning gaat alleen over het gebouwgebonden energiegebruik. Dat is de energie die nodig is voor het verwarmen of koelen van het binnenklimaat, het warm tapwater en de verlichting.

De energieprestatie gaat niet over het overige huishoudelijk energiegebruik zoals nodig voor koken, wassen, koelkast, en andere apparatuur. Bovendien is uitgegaan van een referentiejaar voor het buitenklimaat en een standaard bewonersgedrag. De werkelijkheid wijkt meestal sterk af van deze uitgangspunten. Daardoor zal het genormeerde berekende energiegebruik meestal niet overeenkomen met wat bewoners op hun gas- en elektriciteitsmeter aflezen. Immers ieder jaar is het buitenklimaat anders en iedere bewoner stookt anders en gaat anders om met zijn woning. Bovendien zitten er een aantal afrondingen in de norm om er voor te zorgen dat de norm nog hanteerbaar is.

De energieprestatie-eis zegt alleen iets over de minimale energetische kwaliteit waaraan een woning moet voldoen. De indiener van een bouwaanvraag voor een woning mag zelf bepalen met welke maatregelen aan de eis wordt voldaan: extra isoleren, betere installaties of de toepassing van duurzame energie. Door deze opzet heeft een architect of opdrachtgever redelijk wat vrijheid om te voldoen aan de wet en kan hij de maatregelen aanpassen aan de specifieke situatie (bijvoorbeeld door bij een woning die helemaal in schaduw staat geen zonnepanelen te gebruiken en wel de ramen extra goed te isoleren). Het belangrijkste nadeel is dat de eis hierdoor best wel ingewikkeld wordt. Alleen met een uitgebreide berekening kan je bepalen hoe hoog de EPC van een gebouw is, en of je dus voldoet aan de wet.

Een belangrijk principe van de prestatienorm is, dat ongeacht het type, de vorm, of, de grootte van de woning, dat gelijksoortige maatregelen tot min of meer dezelfde prestatie leiden. Anders uitgelegd: grote woningen of woningen met veel dak- of geveloppervlak mogen dus meer energie gebruiken om aan dezelfde prestatie-eis te voldoen dan kleine compacte woningen.

WTW-ventilatie met bypass
Gebalanceerde ventilatie met warmterugwinning (WTW) zorgt voor een gezond en aangenaam klimaat in de woning.
Daarnaast bespaart de woning veel energie. De hoeveelheid teruggewonnen warmte komt overeen met circa 300 m3 aardgas per jaar.
Kortom: een comfortabel, gezond binnenmilieu tegen de laagst mogelijke energielasten.

Luchtverwarming
Luchtverwarming zorgt voor een constante en aangename luchtcirculatie, behaaglijk warm of verfrissend koel, door het hele huis op
basis van verse en gefilterde lucht. Luchtverwarming is door slim design makkelijk weg te werken.
Radiators zijn daardoor overbodig.

Douchewater WTW
Bij het douchen wordt gemiddeld 60 liter water van 38° C tot 40° C gebruikt. Dit douchewater wordt direct afgevoerd naar de riolering,
waarmee veel warmte verloren gaat. Door het afvoerwater door de douchepijp te laten stromen kan deze warmte worden overgedragen
aan het water dat naar de ketel gaat en naar de koud wateraansluiting van de douchemengkraan.

PV-cellen / zonnecollectoren
De zonnecollector verwarmt koud water door middel van zonlicht.  Een PV-cel daarentegen zet zonlicht om in elektriciteit.
Ook bij bewolkt weer wordt er stroom opgewekt. Beide systemen zien er qua design en vormgeving exact hetzelfde uit.

Warmtepomp
De warmtepomp gebruikt de beschikbare warmte uit de buitenlucht/aarde en zet dit om in bruikbare warmte voor de woning.
De warmtepomp levert hierdoor met een betrekkelijk kleine capaciteit een flinke bijdrage aan de vermindering van het energieverbruik
en Co2-emmissie.

R waarde isolatie

De r-waarde van een isolatiemateriaal drukt uit in welke mate het materiaal warmte kan tegenhouden. Hoe meer warmte nog kan doordringen en verloren gaat, hoe lager de r-waarde zal liggen. Wanneer je isoleert, is een hoge r-waarde dus wat je zult beogen. Hoe hoger, hoe beter want een goede warmte-isolatie staat garant voor lagere energiekosten.

R-waarde en dikte van het materiaal

De dikte van het materiaal heeft zeker een grote invloed op de r-waarde. Logisch want een dichte en dikke substantie is natuurlijk moeilijker te penetreren dan een lichte stof die poreus is. En wanneer de warmte niet kan doordringen in de isolatielaag, kan ze ook niet langs die weg verdwijnen. Ook de hoeveelheid materiaal is mee bepalend voor de r-waarde van je gehele woning. 5 centimeter isolatie zal heel wat minder effectief zijn dan bijvoorbeeld 20 centimeter van dezelfde isolatie.

R-waarde en ouderdom van het materiaal

Ook de ouderdom van het materiaal is belangrijk. Nagenoeg elk materiaal is onderhevig aan slijtage en voor isolatie is dat niet anders. Dit heeft als gevolg dat de effectiviteit van het materiaal over de jaren zal afnemen. Een goede reden om met een r-waarde te starten die heel hoog ligt. Wanneer ze dan daalt doorheen de tijd, blijf je toch een goede isolatie behouden. Een gratis offerte zorgt voor een zicht op de kost van een goede isolatie.

Bouwbesluit eisen en NEN-normen

Gebouwen die in Nederland gebouwd of verbouwd worden, moeten voldoen aan de Nederlandse Woningwet en het hiervan afgeleide “Bouwbesluit”.

Dit Bouwbesluit valt onder het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. U kunt het Bouwbesluit online bekijken.

Minimumeisen warmte-isolatie
In hoofdstuk 5 (Energiezuinigheid) stelt het Bouwbesluit een aantal minimum eisen op het gebied van warmte-isolatie voor het (ver)bouwen van woningen en andere gebouwen. Voor woningen en de meeste utiliteitsgebouwen (artikel 5.3) wordt bijvoorbeeld een warmteweerstand van constructies zoals gevels en daken geëist van ten minste 3,5 m2.K/W. Deze warmteweerstand wordt ook wel Rc-waarde genoemd. Hoe hoger de Rc-waarde hoe beter de warmteweerstand. Bij het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een bouwwerk wordt uitgegaan van het zogenaamde rechtens verkregen niveau met een minimale Rc van 1,3 m2.K/W.

De Rc-waarde wordt door een rekennorm bepaald: de NEN 1068. Samen met de hiervan afgeleide belangrijke praktijkrichtlijn NPR 2068 kan de Rc-waarde van een constructie worden bepaald. De norm en praktijkrichtlijn zijn te bestellen bij NEN.

In het gratis rekenprogramma Termical van Isover kunt u zelf op basis van bovenstaande normen Rc-waarden uitrekenen van constructies geïsoleerd met Isover producten.Vanaf 1 April 2014 is de nieuwe NEN 1068;2012 van toepassing. Momenteel wordt de Rc-module hierop aangepast.

EPC: instrument voor energiezuinig bouwen

De overheid heeft de realisatie van meer energiezuinige gebouwen fors gestimuleerd door de introductie van de EPC, de EnergiePrestatieCoëfficiënt. De EPC is een dimensieloos getal dat per gebouwcategorie aangeeft hoe energiezuinig een gebouw is. Naast de isolatie spelen ook zaken als de kierdichtheid, de installaties, de oriëntatie van een gebouw, het type beglazing en het ventilatiesysteem een rol bij de berekening van de EPC. Door in het Bouwbesluit de gevraagde EPC voor nieuwbouw regelmatig aan te scherpen wordt in een snel tempo voortgang geboekt.

Per 1 juli 2012 zal de nieuwe norm EPG in werking treden. De EPG, NEN 7120, is de nieuwe methode voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen. De EPG vervangt de tot daarvoor geldende NEN 5128 voor woningen en de NEN 2916 voor utiliteitsbouw.

De nieuwe norm is op een aantal punten aangepast. Zo sluit de norm beter aan bij de bouwfysische werkelijkheid. Daarnaast is de infiltratie (energieverlies door luchtlekken in het gebouw) en ventilatie herzien. Ook zijn er meer technieken opgenomen die voorheen alleen als gelijkwaardigheidsverklaringen waren opgenomen.

Sinds 2011 moeten alle woningen een EPC hebben van 0,6 of lager. Vanaf 2015 wordt dit nog verder aangescherpt naar 0,4 of lager. De stap die daarna volgt is energieneutrale nieuwbouw. Dit halen we niet zo maar. Om aan deze eisen te voldoen, zullen we naar de beste combinatie van energiebesparende oplossingen moeten gaan kijken.

Ook aan de meeste utiliteitsgebouwen worden EPC-eisen gesteld. Denk aan kantoren, winkels en scholen. Die eisen zijn over het algemeen wat minder streng dan voor woningen. Tussen de 1,0 en 2,6.

Wat is het verschil tussen de EPG en de EPC?
De EPG is iets anders dan de EPC (energieprestatiecoëfficiënt). De EPC geeft het minimale niveau aan waar een nieuw gebouw aan moet voldoen. De EPG is de bepálingsmethode. Vooralsnog geldt de EPG alleen voor nieuwbouw, maar op termijn zal ook de bestaande bouw worden bepaald met de EPG.

 

 

EPC-wijzer

Om u een handje te helpen met deze nieuwe regelgeving geeft Isover oplossingen en tips om tot een EPC van 0,6 te komen. Hierbij kijken we niet alleen naar de isolatiewaarde, maar ook naar luchtdichtheid en het verminderen van lineaire warmteverliezen (koudebruggen).

Met de EPC-wijzer  kunt u variëren met de hoogte van de Rc en de waardes voor lineaire warmteverliezen en ongewenste luchtstromen waardoor u vanzelf ziet  hoe u de EPC het beste kunt beïnvloeden op een manier die past bij uw eisen en uw ontwerp.

Isover heeft voorbeeldberekeningen gemaakt voor vier referentiewoningen (zoals omschreven door Agentschap NL). Daaruit blijkt dat óók met een smalle spouw en relatief dunne isolatie een EPC van 0,6 heel goed haalbaar is. Gewoon met de vertrouwde isolatie-oplossingen van Isover.

Rc-waarde verhogen
De berekeningen komen bijvoorbeeld uit op een EPC van 0,57 voor een standaard rijhoekwoning met een spouwmuur van 350 mm, met daarin 115 mm Isover minerale wol als isolatiemateriaal (Rc = 4,0 m2.K/W).

Nog beter isoleren, tot een Rc van 4,5 of 5,0, levert nog 0,01 of 0,02 extra EPC-punten besparing op. Met de EPC-wijzer kunt u zelf met deze berekeningen spelen en ziet u meteen hoe u nog veel meer EPC-punten kunt sparen. Bijvoorbeeld door te kijken naar aspecten als koudebruggen of luchtdichtheid.

Koudebruggen reduceren
In de nieuwe EPC-rekenmethode wordt uitgegaan van standaard, forfaitaire waardes voor lineaire warmteverliezen, oftewel: koudebruggen. Deze koudebruggen treden op bij aansluitingen rond kozijnen of tussen gevel en dak en gevel en fundering. Door deze knooppunten nauwkeuriger te detailleren, kunt u de forfaitaire waardes vervangen door verbeterde waardes. Met als resultaat een besparing tot zo’n 0,07 ECP-punten, zo blijkt uit onze berekeningen.

Luchtdichtheid verbeteren
Ook voor ongewenste luchtstromen (infiltratie) gelden standaard, forfaitaire waardes in de nieuwe EPC-rekenmethode. En ook deze waardes kunt u aanzienlijk verbeteren door zowel in de ontwerp- als de uitvoeringsfase meer aandacht te besteden aan de luchtdichtheid. Het Isover Vario assortiment (www.isover.nl/vario) biedt daarvoor de benodigde materialen. Zo spaart u eenvoudig nog eens 0,03 tot zelfs 0,05 extra EPC-punten.